Kansenongelijkheid neemt toe: wat kan jij er aan doen?

Auteur: Jaap Versfelt | Leestijd:  | Datum: 19 december 2020

Nederland is internationaal koploper geworden in niveauverschillen tussen scholen. Daardoor gaat veel talent verloren. Dat was de conclusie van de Onderwijsinspectie in 2017. We zijn nu twee jaar verder. Het PISA-rapport uit 2019 laat zien dat de situatie verder verslechtert: het verschil tussen leerlingen van laag- en hoogopgeleide ouders neemt verder toe. Wat te doen? Het ministerie roept op tot een ‘leesoffensief’ om voorlezen en lezen onder jongeren te stimuleren. Dat slaat de plank volledig mis. Er is maar één oplossing: een goede docent voor de klas. Wachten tot het ministerie dit inziet en regelt? Dat is de afgelopen 30 jaar niet gebeurd. Wil je je leerlingen alle kansen bieden dan hebben zij jou nodig. Of je nu leraar, schoolleider of bestuurder bent.


Hoe erg is het gesteld met ons onderwijs?

Het valt best mee als je kind op een categoraal gymnasium zit. Kinderen van hoogopgeleide ouders scoren bij wiskunde op het niveau van toplanden zoals Japan en China. Maar tegelijkertijd is bijna een kwart van alle leerlingen onvoldoende leesvaardig om als mondige burger in de samenleving mee te doen. Die kansenongelijkheid neemt alleen maar toe. De kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders is de afgelopen 15 jaar verdubbeld (zie figuur 1 en 2). Kinderen van laagopgeleide ouders hebben een leesvaardigheid vergelijkbaar met leerlingen in Jordanië en Moldavië, terwijl kinderen van hoogopgeleide ouders het niveau van Duitse en Noorse leerlingen halen.


Figuur 1
Figuur 2

Dan maar een smak geld erbij?

Je kunt met meer geld klassen kleiner maken, dat helpt leerlingen, maar waar haal je de leraren vandaan? Met meer geld kun je ook de lerarensalarissen verhogen. Dat is nodig. Op termijn zullen hogere salarissen zeker het lerarentekort verminderen. Echter, voordat we een nieuw kader van goed opgeleide leraren voor de klas hebben staan zijn we 5 of 10 jaar verder. Maar als meer geld niet snel soelaas biedt, wat dan wel?


De oplossing is simpel te begrijpen: een goede docent voor de klas

Een goede leraar maakt het verschil. Daar is enorm veel bewijs voor. Bijvoorbeeld onderzoek door het Centraal Plan Bureau (CPB). Zij constateren dat het kwart docenten dat de meeste leerwinst boekt, leerlingen een onderwijsniveau (100%) beter laat presteren dan het kwart docenten dat de minste leerwinst boekt. Tegelijkertijd liet het CPB zien wat het effect is van een goede leraar op de lange termijn. Zo zijn er zelfs meetbare gevolgen gevonden op het loon en de woonwijk van dertigers die één jaar een goede in plaats van gemiddelde docent hadden op de basisschool. Als een enkel jaar al zoveel verschil maakt, wat zou dan het effect zijn van een hele schooltijd les krijgen van écht goede leraren?


Waar haal je ze vandaan? Al die goede docenten?

Dat docenten het verschil maken is zo klaar als een klontje. Maar je kunt niet zomaar een blik ‘hele goeie docenten’ opentrekken. Het goede nieuws is: ze zijn er al, op onze scholen. We hebben zo’n 250.000 leraren in Nederland. Voor elk probleem op school is er wel iemand in het team die de oplossing weet. Het probleem is echter, die docent wordt niet gehoord. In de klas staat de docent er vaak alleen voor.


En hun schoolleiders dan?

Van alle schoolleiders in ontwikkelde landen besteden de Nederlandse de minste tijd aan het curriculum en les-gerelateerde zaken. Dat constateerde de OECD in het Talis rapport in 2018. Waarom hebben onze schoolleiders zo weinig aandacht voor onderwijs? Ze zijn enorm druk met administratie en vergaderen. Dat wordt veroorzaakt door een onderwijsbeleid dat decennia lang gericht was op schaalvergroting, systeemwijzigingen, meten en afrekenen. Niet op het sterker maken van onze leraren en schoolleiders. Gelukkig zijn docenten hier tegen in opstand gekomen. Leraren René Kneyber en Jelmer Evers schreven in 2013 ‘Het alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!’ PO in Actie nam in 2018 het heft in handen en eiste een oplossing voor onderbetaling en werkdruk.


Hoe word je dan beter, op school?

Als de kennis er al is, bij de docenten op school, hoe maak je daar dan effectief gebruik van? Het recept is bekend: teams van leraren die samen werken aan het verbeteren van het onderwijs. Die leerlingenresultaten analyseren, verbeteracties bedenken en in actie komen. Die hierbij steun krijgen van hun schoolleiders, die een duidelijke richting uitzetten en met hun docenten werken aan beter onderwijs. Dit was de conclusie van de Onderwijsinspectie in de ‘Staat van het Onderwijs’. In landen en regio’s met nog veel beter onderwijs dan het Nederlandse zie je dit ook. Daar werken leraren samen aan hun lespraktijk en zijn schoolleiders vooral met onderwijsinhoud aan de slag.


Een utopie in Nederland?

Nee, gelukkig zijn er op een aantal plekken in Nederland initiatieven om het tij te keren. Zo zijn er bijvoorbeeld al 896 scholen in heel Nederland die hier elke dag met de leerKRACHT-aanpak mee bezig zijn. Werkdruk en lerarentekort ten spijt hebben zij tijd vrijgemaakt voor hun leraren, om samen te werken aan beter onderwijs. Samen met deze 896 scholen hebben we met leerKRACHT de afgelopen 7 jaar een aanpak ontwikkeld. Die scholen helpt een cultuur van ‘elke dag samen een beetje beter’ te creëren. Waarin leraren van elkaar leren en samen met hun leerlingen elke dag kleine stapjes maken om het onderwijs te verbeteren. Dat is een positieve ontwikkeling, maar het tempo is te laag.


Wat kan jij doen?

Leraren en schoolleiders. Stel jezelf deze retorische vraag: wil jij kansenongelijkheid aanpakken? Geen van jullie zal denken ‘Nee, ik benadeel met alle plezier onze leerlingen’. Toch doe je dat als je niet in actie komt. Ervaar jij als leraar dat je er vaak alleen voor staat in je klas? Dat je als schoolleider moeite hebt tijd vrij te maken om met leraren aan onderwijs te werken? Dat kun je dat veranderen. Als je een beginnende leraar bent kun je aandringen op intensieve begeleiding en een vaste groep leerlingen. Als je een ervaren leraar of schoolleider bent, sta er dan op dat jullie intensief gaan samenwerken aan onderwijs: samen doelen stellen, samen lessen voorbereiden, elkaars lessen bezoeken en de leerlingen om feedback vragen.

Onderwijsbestuurder. Laat je dan niet in de luren leggen met papieren kwaliteitszorgsystemen, maar trek er op uit, ga de klas in, volg lessen, praat met leerlingen. Zie je op je eigen scholen de variatie in kwaliteit die de Inspectie constateert? Kijk dan wat je leraren doen. Werken ze samen? Bezoeken ze elkaars lessen? Heeft de schoolleider tijd voor onderwijs? En als je ziet dat het beter kan en moet, bedenk dan wat je scholen en schoolleiders van jou nodig hebben om te gaan werken met een cultuur van ‘elke dag samen een beetje beter’.

Het is 2 over 12. Rapport na rapport laat dat zien. Miljoenen leerlingen krijgen niet de kansen die zij verdienen. Laten we dit gebeuren?


Deel dit blog
close


Nieuws en tips rechtstreeks in je inbox?

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief