Niet elk jaar opnieuw het wiel uitvinden?

Zorg voor ritmiek en borging van onderwijsverbeteringen

Auteur: Majorie Weistra | Leestijd: 6 minuten | Datum: 05 februari 2020

Hoe komt het dat het zo lastig is om onderwijsverbeteringen die je invoert ook echt vast te houden? We horen regelmatig van teams dat het een tijdje lukt om een onderwijsverbetering zoals formatief leren of activerende didactiek uit te voeren, maar dat het op een gegeven moment weer verslapt. Of soms komt het er helemaal niet van om aan de slag te gaan met een verbetering, terwijl je het er vaak met collega’s over hebt. Dat is geen onwil, maar vaak komt dit doordat je als team handvatten mist om onderwijsverbetering succesvol in te voeren. In deze blog geven we je een praktische handvat, in de vorm van 5 stappen.

We merken op scholen dat een onderwijsverbetering echt kans van slagen heeft, als je zorgt voor een duidelijke ritmiek en borging in je verbeterprocessen. Dat maakt dat een verbeteridee altijd een duidelijk startmoment heeft, vervolgens een periode om het uit te proberen en tot slot een afronding waarbij je evalueert en de verbetering borgt. Een kop en een staart dus. Maar hoe doe je dat? In de onderstaande stappen staan we stil bij de verschillende aspecten die een rol spelen bij de inrichting van je verbeterprocessen. We vertellen daarbij waarom het werkt en hoe je het laat werken.


Stap 1: Maak kleine, samenhangende verbeterteams

Met dertig collega’s proberen tot afspraken komen is lastig. Als je daadkrachtig wilt zijn en voldoende kans wilt hebben om van anderen te leren, dan blijkt een teamgrootte van circa 6 tot 8 leraren ideaal te zijn. Klein genoeg om je betrokken te voelen en groot genoeg om diversiteit in inbreng te hebben.

Behalve teamgrootte is het ook belangrijk om teams in te delen op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Denk in het basisonderwijs bijvoorbeeld aan bouwen, in het middelbaar onderwijs aan bouwen, jaarlagen of vaksecties en in het mbo aan leerlingclusters, niveaus of leerjaren. Je wilt namelijk dat alle leden van het team bij hun eigen leerlingen ervaren of de verbetering werkt. Dat motiveert.


Stap 2: Bepaal de duur van een verbeterperiode

De valkuil bij verbeteren is dat je er gewoon mee start op het moment dat het uitkomt of wanneer er ineens een bepaalde urgentie is. Hiermee loop je het risico dat wanneer de urgentie niet meer echt gevoeld wordt, of wanneer er andere zaken de aandacht vragen, je weer terugvalt in oud gedrag. Dit los je op door aan verbeteringen te werken in afgebakende periodes. Elk schooljaar kent een bepaalde ritmiek. In het basisonderwijs is dat bijvoorbeeld van vakantie tot vakantie, in het voortgezet onderwijs van toetsperiode tot toetsperiode en in het MBO werkt men vaak in semesters. Als je de schoolritmiek gebruikt als verbeterperiodes met een duidelijke start en afronding, dan voorkom je dat verbeteren gaat ‘kabbelen’, je werkt dan doelgericht en je maakt vanzelf de verbetering kleiner en daardoor behapbaar. Dit zorgt ervoor dat de kans op succes veel groter wordt.


Stap 3: Bepaal verbeteronderwerpen per verbeterperiode

Je hebt logische teams gemaakt en je weet wat voor jullie school de logische periodes zijn. Maar waarmee ga je vervolgens aan de slag? Als je daar niet van te voren over nadenkt, dan volg je al snel de waan van alle dag of je bent met veel dingen tegelijkertijd bezig. Hoe voorkom je dit?  Maak aan het begin van het schooljaar een ‘jaarbord’ met alle teamleden van de school, dus niet alleen met het subteam zoals beschreven bij stap 1. Op dit bord staan periodes. Nu is het zaak om per periode te bepalen aan welke onderwijsverbetering jullie gaan werken. In de video zie je welke werkvorm je daarvoor kunt gebruiken. Met deze werkvorm creëer je naast overzicht en focus, ook draagvlak voor de onderwijsverbetering. Want zonder draagvlak is de verbetering bij voorbaat gedoemd om te mislukken.



Stap 4: Bepaal hoe jullie met de verbeteronderwerpen aan de slag gaan

Nu je weet waaraan jullie willen werken, in welke periode en met wie, is het tijd om te bepalen op welke manier jullie aan de slag gaan met de beoogde onderwijsverbetering. Dit voorkomt dat je alleen blijft ‘praten over’. Wat wij effectief zien werken op scholen is deze aanpak:

  • Vraag per periode een tweetal docenten de verantwoordelijk te nemen voor het verbeterproces. Zij faciliteren de overleggen en zorgen voor eventuele afstemming met de andere verbeterteams.
  • Spreek af hoe vaak en hoe lang jullie overleggen hebben. Wij merken dat elke week 1 tot 1,5 uur goed werkt.
  • Start de verbeterperiode met omzetten van het onderwerp in een klein doel en geef aan wanneer jullie tevreden zijn over het resultaat (schrijf dit op een whiteboard).
  • Bepaal de acties die jullie gaan doen om het doel te behalen. Schrijf daar ook bij wie de acties doet of doen (schrijf dit ook op het whiteboard).
  • Sta elke week even 15 minuten bij het whiteboard en bespreek de voortgang. Bepaal ook de nodige nieuwe acties. Gebruik de rest van de tijd om aan de slag te gaan (zie hieronder).

Tips 'aan de slag':


  • Heeft het verbeteronderwerp te maken met wat jullie in de les doen? Ga dan in duo’s samen een les voorbereiden, over dat onderwerp. Hoe krijgt dat in de les vorm? Vervolgens geeft één van beide de les waarbij de ander de les of gedeelte daarvan observeert. Bespreek de les na, focus op het effect van de verbetering op de leerlingen.
  • Bij onderwerpen die niet in de les plaatsvinden (zoals verbeteren van de 10-minuten gesprekken): laat een 3-tal zich in het onderwerp verdiepen en een voorstel doen aan het team. Probeer vervolgens allemaal uit wat jullie bedacht hebben. Zo vergader je minder en besteed je je tijd efficiënt.

Stap 5: Evalueer en borg de verbeteringen

Na de verbeterperiode is het goed om het net op te halen op twee niveaus:

  • Hoe verliep de samenwerking in het team? Evalueer en maak afspraken voor de volgende verbeterperiode.
  • Wat uit de onderwijsverbetering werkte en wat niet? Maak de balans op en spreek af wat jullie eruit willen vasthouden. Dit kan zijn een verbeterde rekeninstructie, gespreksaandachtspunten voor 10-minutengesprekken, didactische werkvorm voor samenwerkend leren, et cetera. Maak deze standaard visueel en zichtbaar, bijvoorbeeld op een geplastificeerd A4-tje (geen hele boekwerken!). Hang of leg deze op een plek waar iedereen bij kan en neem elke verbeterperiode één van de standaarden erbij en bespreek kort of het nog lukt om volgens deze standaard te werken. Zo niet, bepaal of er aanpassingen nodig zijn. Het duo dat verantwoordelijk is voor het onderwerp (zie stap 4), zorgt voor afstemming hierover met de andere verbeterteams.

Als je volgens de bovenstaande stappen gaat werken, dan maak je het verbeteren van het onderwijs behapbaar omdat je het opbreekt in kleine stappen waar je met een aantal collega’s aan werkt. Grote plannen kunnen inspirerend zijn en een mooi vergezicht vormen, maar om dichterbij die ‘droom’ te komen, moet je klein beginnen.  Daarbij, je maakt met deze aanpak gebruik van de kennis en ervaring van je collega’s. Dat is efficiënt en effectief, maar vooral ook motiverend. Je staat er als leraar niet alleen voor, jullie zijn samen verantwoordelijk voor het onderwijs aan alle leerlingen.


Blog delen? Deel via: