Wat zorgt voor geweldig onderwijs? En vooral: wat niet.

Op dit moment zijn politieke partijen bezig zijn met het ontwikkelen van verkiezingsprogramma’s. Inclusief een paragraaf over onderwijs. Het is dan heel verleidelijk om daar beloftes in op te nemen die populair zijn bij kiezers. Zoals meer geld voor het onderwijs, kleinere klassen, investeren in digitale ICT, et cetera. Dat trekt stemmen. Maar leiden deze beloftes tot beter onderwijs?  Helaas: nee.  In dit verhaal zet ik op een rijtje wat bewezen werkt, en wat bewezen niet werkt. Politici kunnen hiermee hun verkiezingsprogramma’s aanscherpen (tenminste, als zij het belang van de leerling voorop zetten) en kiezers kunnen deze lijst gebruiken om te bepalen welke partijen écht voor beter onderwijs kiezen.
Er zijn drie bronnen die ik gebruik in dit verhaal: onderzoeken van de OECD, de ‘effect lijst’ van onderwijsonderzoeker John Hattie en het McKinsey rapport over beter onderwijs uit 2010.

Wat werkt niet

Ik begin met 5 dingen die er niet of nauwelijks toe doen: kleinere klassen, meer geld, meer ICT, “aanpakken die leraren!” en voorkomen van de instroom van zwakkere leerlingen.
1. Kleinere klassen. Klinkt logisch toch? Met een kleinere klas heb je meer aandacht voor de individuele leerling. Toch blijkt uit het onderzoek van Hattie dat ‘class size’ op plaats 106 staat van 138 verschillende interventies die leiden tot beter onderwijs.  Er zijn dus 105 (!) interventies die je kunt plegen op school die een groter effect hebben op de kwaliteit van onderwijs dan het kleiner maken van klassen.  Pas als je al die maatregelen hebt genomen heeft het zin om geld uit te geven aan kleinere klassen. Zie dit staatje van Hattie met op de laatste plaats ‘class size’.
2. Meer geld naar onderwijs. Die lijkt helemaal duidelijk: als je er meer geld aan uitgeeft dan wordt het toch beter? Nee dus. Uit McKinsey onderzoek blijkt dat geld er niet toe doet. Voor het geld dat wij in Nederland uitgeven aan onderwijs krijg je in Ontario veel beter onderwijs. Ons onderwijs is beter dan dat in de Verenigde Staten, waar ze de helft meer aan onderwijs uitgeven. Terwijl ze in Polen maar de helft uitgeven van wat wij in Nederland doen en even goed onderwijs hebben.  Kortom, het gaat er niet om hoeveel geld je uitgeeft, maar wat je met dat geld doet.
3. Investeren in ICT. Nog een mooie: investeren in ICT. Klinkt ook logisch: sector na sector wordt op zijn kop gezet door bedrijven als Über en AirBnB die met hulp van ICT bestaande spelers links en rechts voorbij snellen.  De OECD, jarenlang een warm voorstander van meer ICT in het Onderwijs, concludeerde echter dat er een negatief verband is tussen de inzet van meer inzet van ICT in het onderwijs en PISA resultaten op rekenen.  Hun conclusie: technologie kan geweldige leraren nog beter maken, maar matig onderwijs niet vervangen. Kortom, eerst investeren in betere leraren, dan pas in technologie.
4. “Stevig aanpakken die leraren!” Een populair idee is dat als leraren niet willen luisteren ze maar moeten voelen.  Door te meten of scholen wel een bepaalde prestatie halen en – zo niet – ze daar stevig op aan te spreken.  Echter, analyse van McKinsey laat zien dat dergelijke ‘standardized assessments’ vooral relevant zijn als je de stap van slecht naar goed onderwijs wil maken.  Bij landen als Nederland, die de stap van goed naar geweldig willen maken, zijn juist ‘self evaluations’ door leraren veel belangrijker. Zie onderaan dit schema:
5. Beperk de instroom van zwakkere kinderen. De kwaliteit van het Nederlands onderwijs staat onder druk door de instroom van kinderen uit landen met een slechter schoolsysteem.  Klinkt logisch? Laten we er Hattie nog eens op naslaan. In zijn overzicht van interventies in de kwaliteit van onderwijs staan 30 (!) maatregelen die meer impact hebben op het onderwijsresultaat dan de achtergrond van het kind. Kortom, het is wát je op school doet wat belangrijk is, niet waar het kind geboren is.

Wat werkt wel

We weten nu wat allemaal niet werkt en dat is hoogst teleurstellend want met elk van bovenstaande  punten kun je scoren. Maar wat werkt dan wel?  Het goede nieuws is dat al jaren bekend is wat wel werkt.  Het slechte nieuws is dat dat hard werken betekent.  Jarenlang zonder dat je daar op korte termijn de populariteitsprijs voor wint. Hieronder punt voor punt wat wel werkt, hoe snel dat werkt en wat het effect is op leerlingen en leraren.
1. Wat werkt: het creëren van een professionele cultuur op scholen waarin je van en met elkaar leert. Landen en regio’s die de stap maken van goed naar geweldig onderwijs hebben gemeen dat ze investeren in de kwaliteit van leraren.  Niet door cursussen en zo, maar door in alle scholen een cultuur van ‘elke dag samen een beetje beter’ te creëren.  McKinsey onderzoek in Ontario (Canada), Massachusetts (VS), Finland, Singapore, Zuid-Korea, Shanghai (China), Saksen (Duitsland) en Estland liet dit zien.  Zie het schema hiernaast met wat deze landen en regio’s deden:
2. Er zijn bewezen strategieën om de professionaliteit van leraren te verhogen. Niet alleen McKinsey vond een set van praktijken die de professionaliteit van leraren versterkt, ook de OECD deed hier onderzoek naar. Zij zagen het belang van lerarenopleidingen waar aankomende leraren in de lespraktijk worden opgeleid, inductieprogramma’s voor nieuwe leraren op school, ervaren leraren die samen de lespraktijk onderzoeken en leraren die aangemoedigd worden in netwerken buiten de eigen school actief te worden.  Zie het overzicht hiernaast:
3. Als je je schouders eronder zet kun je in 5 tot 7 jaar een enorme stap maken voor miljoenen leerlingen. Professionalisering van honderdduizenden leraren kost tijd. Maar als je het goed aanpakt kan het enorm snel gaan.  Kijk maar eens naar dit plaatje over Singapore en vergelijk 1990 met 1995.  En wat helemaal opvallend is: alle kinderen hebben baat bij het verbeteren van het onderwijs: niet alleen de leerlingen die het al goed deden, maar nog meer de leerlingen die een achterstand hadden.
4. Professionele leraren zijn een stuk tevredener dan de rest. Mocht je je afvragen of je met deze maatregelen wel de populariteitsprijs onder leraren wint. Het goede nieuws is: “ja”. Alleen niet morgen.  Als je de cijfers laat spreken dan zie je dat leraren die professioneler zijn tevredener zijn over de status van het beroep, over hun professie, over hun werkomgeving en over hun eigen bekwaamheid.

* * *
Beter onderwijs voor miljoenen leerlingen is haalbaar, in niet meer dan 5 tot 7 jaar.  Door in te zetten op de professionalisering van leraren in een cultuur op school van ‘elke dag samen een beetje beter’.  Laten we hoeden voor verleidelijke ‘short cuts’ die niet leiden tot beter onderwijs en die bovendien de aandacht afleiden van wat wél werkt.  Echter, de populariteitsprijs ga je op korte termijn vast niet winnen door in te zetten op een professionele cultuur op duizenden Nederlandse scholen.  De afweging is of je als partij inzet op populariteit of op beter onderwijs voor miljoenen kinderen.
Aan u de keus…

Bronnen:

  1. OECD, TALIS 2013 – Supporting Teacher Professionalism – Rapport: bit.ly/1Lo3amz
  2. OECD, TALIS 2013 – Supporting Teacher Professionalism – Presentatie: bit.ly/1QfdKDT
  3. McKinsey, How the World’s most improved school systems keep getting better. PDF: bit.ly/1Oa6nWR
  4. OECD, Students, Computers and Learning. Rapport: bit.ly/1OcCj20
  5. John Hattie, Visible Learning, Effect list: bit.ly/1krblRE

 

close


Nieuws en tips rechtstreeks in je inbox?

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief