Ontwikkeltijd in het VO:

hoe zorg je dat het leerlingen en docenten ten goede komt?


Celia van der Does | 12 februari 2019 | Leestijd: 10 minuten

Eindelijk wordt er in het voortgezet onderwijs meer tijd vrijgemaakt voor docenten om samen te werken aan onderwijsontwikkeling. Een lang gekoesterde wens van velen! Toch vrezen veel docenten dat dit niet de goede kant op gaat. Waarom? Dat komt doordat de oplossing die veel scholen kiezen, leidt tot meer werkdruk. Dat hoeft niet als je het slim aanpakt. In deze blog krijg je twee praktische handvatten hoe je tijd vrij maakt en die nuttig besteedt. Op zo’n manier dat de werkdruk daalt en het onderwijs er beter van wordt.


Wat gaat er veranderen?


Docenten en verschillende belangengroeperingen dringen al jaren aan op het terugbrengen van het aantal onderwijsuren. Zo hebben docenten meer tijd om hun lessen voor te bereiden en krijgen leerlingen minder, maar kwalitatief betere lessen. Reden tot blijdschap dus, dat er in de nieuwe CAO is overeengekomen dat VO-docenten minder les gaan geven en dat de vrijgekomen uren aan ontwikkeltijd besteed gaan worden!

Uit het laatste OESO-rapport blijkt dat docenten in Nederland meer lessen geven dan docenten in andere landen en de leerlingen meer lessen krijgen. Tevens blijkt uit ditzelfde rapport dat in verschillende landen het onderwijs beter is dan in Nederland terwijl men daar minder uren lesgeeft. In deze landen gebruiken de docenten de tijd dat ze geen les geven, om hun lessen samen goed voor te bereiden. De leerlingen in deze landen hebben kwantitatief minder, maar kwalitatief betere les. Geweldig dat deze ontwikkeling nu ook het Nederlandse voortgezet onderwijs heeft bereikt.


Docenten niet blij met kortere lessen



Wat is ontwikkeltijd?
In artikel 8.2 van de CAO VO 2018-2019, die is ingegaan op 1 juni 2018, hebben sociale partners afgesproken dat in het takenpakket van docenten 50 uur op jaarbasis wordt vrijgespeeld om in te zetten als ontwikkeltijd. Als de maximale lestaak op een school op jaarbasis 750 klokuren of hoger is, wordt deze met ingang van 1 augustus 2019 verminderd met 30 klokuren. Deze klokuren worden verhoogd met de opslagfactor zodat daarmee in totaal 50 uur vrijkomt. Deze vrijkomende uren komen beschikbaar als ontwikkeltijd en tijd voor verdere verbreding en verdieping van de wijze waarop de invulling wordt gegeven aan de lestaak. Deze tijd wordt vanaf 1 augustus 2019 als afzonderlijk onderdeel in de jaartaak opgenomen.

Afgelopen weken merkten we in gesprekken met VO-docenten dat ze niet echt positief zijn over de komst van deze ontwikkeltijd. Na wat doorvragen blijken ze wel een groot voorstander te zijn van meer tijd om hun lessen nog beter te maken. Ze zijn alleen ongelukkig met de oplossingsrichting die bij hen op school gekozen is om deze tijd vrij te maken, namelijk het verkorten van de lesduur met 5 minuten.

Ik kan me inderdaad niet voorstellen dat de initiatiefnemers van de ontwikkeltijd zo’n soort oplossing voor ogen hadden. Temeer als je in de stukken leest dat de vrijgekomen tijd bedoeld is voor werkdrukverlaging en onderwijsverbetering. En deze oplossingsrichting leidt juist tot werkdrukverhoging! Docenten geven immers nog steeds evenveel lessen, maar hebben minder tijd om deze voor te bereiden, want met de komst van de ontwikkeltijd levert een docent voorbereidingstijd in. Verder moeten ze dezelfde hoeveelheid lesstof in minder tijd aanbieden.

Waarom kiezen scholen voor deze alle lessen korter optie’? Omdat je zo de ‘pijn’ van minder lessen verdeelt over alle vakken, docenten en leerlingen. Je kunt ook kiezen voor 75 minuten minder les per week, maar dan is de vraag: welk vak, welke klas moet dan uren in leveren? Daar kom je als school niet uit.


In dit blog staan suggesties hoe je ontwikkeltijd vrij kunt maken op een manier die zowel tot werkdrukvermindering als onderwijsverbetering leidt. En er staan ideeën in hoe de ontwikkeltijd effectief in te richten zodat deze daadwerkelijk tot beter onderwijs leiden.


1. Ontwikkeltijd vrij maken volgens drie principes


Voor ons was wat er nu speelt genoeg reden om samen met een aantal docenten na te denken over oplossingen. Daarbij vonden we het belangrijk dat de oplossingen om ontwikkeltijd vrij te maken zouden voldoen aan drie principes, namelijk:

  1. Werkdrukverlaging voor docenten
  2. Lesvermindering verdeeld over een grote groep leerlingen
  3. Onderwijsverbetering

Om de creativiteit te verhogen, hadden we er ook collega’s uit het primair onderwijs en het mbo bij gevraagd. En dat bleek te helpen. Een teamleider van het Grafisch Lyceum Utrecht kwam met twee interessante opties die we graag met je delen. Wat je in beide opties gaat zien is dat je kiest voor het laten vervallen van lessen verdeeld over de dagen van de week, zodat grote groepen vakken en leerlingen af en toe een les missen. Zo verdeel je de lesvermindering over een grote groep leerlingen, vakken en full- en parttimers, verlaag je de werkdruk en maak je tijd vrij voor beter onderwijs.

Optie 1 – Elke maand, op een andere weekdag, de laatste 5 uur samen ontwikkeltijd

Hierbij is er elke maand eenmaal, op een andere weekdag, de laatste 3 klokuren geen les. Deze 3 uur wordt verhoogd met de opslagfactor en daarmee komt er 5 uur vrij voor ontwikkeltijd. Dat zou er dan bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

In februari begin je weer op maandag, om in juni weer op vrijdag te eindigen. Deze variant gaat uit van 10 maanden in een schooljaar.

Optie 2 – Elke twee weken, op een andere weekdag, 2,5 uur samen ontwikkeltijd

Eens in de twee weken is er op een andere weekdag, de laatste 1,5 klokuren geen les. Deze 1,5 uur wordt verhoogd met de opslagfactor en daarmee komt er 2,5 uur vrij voor ontwikkeltijd. Dat zou er dan bijvoorbeeld zo uit kunnen zien:

De periode erna draai je het om zo dat er een zo groot mogelijk spreiding van lesvermindering ontstaat. Vanaf maandag 18 november wordt er elke twee weken op een andere weekdag de eerste 1,5 klokuren geen les gegeven en wordt deze tijd gebruikt als ontwikkeltijd. Na lestijd wordt er nog 1 uur ontwikkeltijd gepland zodat er opgeteld 2,5 uur ontwikkeltijd is. Deze variant gaat uit van 40 werkweken in een schooljaar.

Dit zijn maar twee voorbeelden, uiteraard zullen er nog veel meer creatieve ideeën zijn die recht doen aan de eerdergenoemde drie principes.


2. Hoe besteed je de ontwikkeltijd effectief?


We krijgen veel vragen van bezorgde docenten, schoolleiders en MR-leden over hoe ze de ontwikkeltijd het beste inrichten. Veel mensen zijn bang dat deze tijd gevuld gaat worden met nog meer vergaderen. Docenten en schoolleiders zijn het vele vergaderen echt beu en het leidt niet tot beter onderwijs. Vergaderen is samen over werk praten, terwijl velen samen aan het werk willen!

Hoe zorg je er nu voor dat ontwikkeltijd leidt tot aanwijsbare verbetering van de onderwijskwaliteit? Hier zijn drie principes belangrijk:

I Thema
Start met het samen vaststellen van een thema voor de hele school. Bijvoorbeeld formatief handelen of gepersonaliseerd leren. Dat geeft een duidelijke richting voor het schooljaar.

II Samen
Om van goed naar nog beter onderwijs te komen, is het belangrijk dat docenten samen werken aan het ontwikkelen van onderwijs. Zo leer je van elkaar en gebruik je elkaars kwaliteiten. Dat vergt wel een veilige sfeer waarin je makkelijk je ideeën deelt. Om zo’n sfeer te creëren helpt het om dat in kleine teams te doen van 5 à 10 docenten. Zorg ervoor dat dit logische teams zijn. Een logisch team heeft intrinsiek een gemeenschappelijk doel, de deelnemers maken zich over hetzelfde ‘zorgen’ als ze aan hun leerlingen denken in relatie tot het thema. Bijvoorbeeld hoe formatief handelen in te voeren bij wiskunde Havo-bovenbouw, zodat het wiskundig inzicht van de leerlingen merkbaar en meetbaar toeneemt.

III Vaste indeling
Om ervoor te zorgen dat de vrijgekomen tijd daadwerkelijk leidt tot onderwijsverbetering, helpt het om de vrijgekomen ontwikkeltijd op een vaste manier in te vullen. Door een vaste indeling van de deze tijd weet iedereen steeds beter wat er van hem of haar verwacht wordt en gaat er minder tijd verloren aan overleg hoe iets aan te pakken of wat te doen. Ter inspiratie hebben we een voorbeeld-indeling gemaakt met wat uitleg over de verschillende onderdelen (zie kader).


Voorbeeld-indeling ontwikkeltijd, 75 minuten

Elk team van 5 à 10 docenten formeert een leerlinggericht doel dat binnen 6 à 8 weken te realiseren is en wat een eerste stap is in het realiseren van het gekozen thema. Dit doel schrijven ze op een whiteboard. Hier kan gebruik gemaakt worden van een bordsessie. Zie voor ideeën de site van stichting leerKRACHT.

Bordsessie 15 min.
Onderdeel van een bordsessie is een korte check-in op het welbevinden van de deelnemers. Daarna bespreek je kort de voortgang van het doel. En vervolgens deelt elke docent kort wat zijn/haar persoonlijke actie was (gekoppeld aan het doel) en wat het effect van die actie is geweest. De anderen luisteren waarderend en bieden hulp om een volgende stap te zetten.
Elke werksessie wordt voorbereid door twee deelnemers, aan het eind van de bordsessie lichten ze kort de planning of agenda toe van de werksessie.

Inhoudelijk deel 20 min.
Dit onderdeel is bedoeld om inhoudelijk verder op het doel te ontwikkelen. Bijvoorbeeld een wetenschappelijk artikel of een filmpje over formatief handelen, wat de deelnemers van tevoren toegestuurd hebben gekregen door de twee docenten die de werksessie hebben voorbereid.
Het is belangrijk dat ervan tevoren een duidelijk vraag is gesteld: bijvoorbeeld, wat leer je van dit artikel en wil je in een volgende les toepassen?
Na de uitwisseling, worden de persoonlijke acties op het whiteboard genoteerd.
Je kunt er als team uiteraard ook voor kiezen om samen dezelfde actie te kiezen.

Samen ontwerpen 25 min.
In tweetallen gaan docenten hun persoonlijke acties uitwerken. Als ze ieder verschillende acties hebben, helpt eerst de een de ander en dan andersom. In het geval het van het bovengenoemde voorbeeld, gaan de docenten samen uitwerken hoe het geleerde uit het artikel om te zetten naar de eerste volgende les. Hoe ga jij dit in je eerstvolgende les toepassen op een manier die rechtdoet aan het bedoelde effect op de leerlingen?

Lesbezoek plannen 10 min.
Om ervoor te zorgen dat de ontwikkeltijd echt leidt tot persoonlijke ontwikkeling is het belangrijk dat docenten elkaars lessen bezoeken en daar samen een feedbackgesprek over voeren. Degene die de les bezoekt, let daarbij vooral op het bedoelde effect op de leerlingen. Dus het is het meest optimale als de docent, met wie je dat gedeelte van de les samen hebt voorbereid, komt kijken. Maar het kan ook een andere collega zijn, als deze maar wel weet waar hij/zij naar moet kijken.
Zo’n lesbezoek hoeft maar 10 à 15 min. te duren, de bezoeker komt alleen naar het samen voorbereide gedeelte van de les kijken.
Door vervolgens samen een kort feedbackgesprek (15 min.) te voeren - liefst op de dag van het lesbezoek - ontstaat het echte leerrendement. De bezoeker vertelt zo feitelijk mogelijk wat hij/zij gezien heeft en vraagt of dat ook de intentie was van de bezochte docent. Vervolgens onderzoeken ze samen hoe de volgende keer, het bedoelde effect op de leerlingen versterkt of gerealiseerd kan worden.
Waarom nou 10 min. van de kostbare tijd uittrekken om lesbezoeken in te plannen bij elkaar? Omdat het anders gewoon niet gebeurt!
Noteer de afgesproken lesbezoeken met datum en tijdstip op het whiteboard.

Afsluiting 5 min.
Om ervoor te zorgen dat de ontwikkeltijd op een manier wordt ingezet, waarop iedereen er baat van heeft, is het goed elke sessie met een korte terugblik af te sluiten. Vraag bijvoorbeeld elke deelnemer om een top en een tip over de sessie op een post-it te noteren en deze op een flap te plakken.
Door het op deze manier te doen, zorg je ervoor dat elke stem gehoord wordt.

Wil je weten hoe de leerKRACHT-aanpak helpt jullie ambities te realiseren?

Neem dan contact met ons op.