23 juli 2020 • Leestijd: 9 minuten
Hoe zorg je ervoor dat leerlingen actief aan de slag gaan met de lesstof? Vaak denken we direct aan activerende werkvormen, zoals de placemat-methode, denken-delen-uitwisselen of een spelvorm. Dat helpt, maar er is meer mogelijk.
Je kunt leerlingen ook activeren door hen meer invloed te geven op hun leerproces en door samen met collega’s lessen te ontwerpen en te observeren. Zo ontdek je beter wat werkt. In deze blog vind je praktische handvatten.
Leerlingen willen activeren bij het leren gaat uit van de gedachte dat de leerstof beter beklijft als je leerlingen actief bij de leerstof betrekt. Het activeren van leerlingen kan door activerende werkvormen toe te passen.
De vraag op welke manier je leerlingen het beste tot leren brengt, is een complexe. Geen leerling is hetzelfde. En elke onderwijssector is ook weer anders. Als leraar in het basisonderwijs heb je meestal je leerlingen de hele dag in jouw groep. Daardoor kun je goed de energie bewaken en variëren in je didactiek. In het voortgezet onderwijs en mbo hebben leerlingen voor en na jouw les weer een volgende les. Als je een activerende samenwerkingsopdracht hebt bedacht en de les daarvoor hebben ze iets vergelijkbaars gedaan, dan zou het maar zo kunnen zijn dat de opdracht op wat minder enthousiasme kan rekenen. Leerlingen hebben dan wellicht behoefte aan rustig voor zichzelf aan de slag gaan. Hoeveel ruimte krijgen leerlingen om hierin keuzes te maken of mee te denken? En in hoeverre bespreek je jouw lessen met collega’s om van elkaar te leren en/of af te stemmen?
Actieve leerlingen:
Daarnaast krijg je als docent sneller zicht op wat leerlingen begrijpen en waar extra uitleg nodig is.
De vraag op welke manier je leerlingen het beste tot leren brengt, is een complexe. Geen leerling is hetzelfde. En elke onderwijssector is ook weer anders. Als leraar in het basisonderwijs heb je meestal je leerlingen de hele dag in jouw groep. Daardoor kun je goed de energie bewaken en variëren in je didactiek. In het voortgezet onderwijs en mbo hebben leerlingen voor en na jouw les weer een volgende les. Als je een activerende samenwerkingsopdracht hebt bedacht en de les daarvoor hebben ze iets vergelijkbaars gedaan, dan zou het maar zo kunnen zijn dat de opdracht op wat minder enthousiasme kan rekenen. Leerlingen hebben dan wellicht behoefte aan rustig voor zichzelf aan de slag gaan. Hoeveel ruimte krijgen leerlingen om hierin keuzes te maken of mee te denken? En in hoeverre bespreek je jouw lessen met collega’s om van elkaar te leren en/of af te stemmen?
Vanuit onze leerkracht-methodiek reiken we je graag handvatten aan waarmee je leerlingen een stem geeft zodat ze meer invloed krijgen in de manier waarop ze met de lesstof aan de slag gaan. Daarnaast gaan we in op hoe je samen met een collega kunt optrekken om uit te zoeken wat wel en niet werkt om je leerlingen te activeren.
We denken nog best wel veel vóór de leerlingen. Natuurlijk hoort het bij de professie van de leraar om na te denken over de didactiek van de les. Zeker als ervaren leraar, heb je een goed gevuld koffertje met didactisch repertoire. Tegelijkertijd is het zo dat we het steeds belangrijker vinden dat leerlingen leren om zelfstandig keuzes te maken, leren om werk te plannen, hun eigen kwaliteiten en interesses te ontdekken. Dat zijn vaardigheden waar ook in het werkend leven na school om gevraagd wordt. Dus minder leraargestuurd, meer leerlinggestuurd. Hoe kun je dat organiseren?
Veel van ‘onze’ scholen werken met een fysiek whiteboard waarmee leraren met leerlingen zogenaamde bordsessies houden. Deze bordsessies faciliteren het gesprek over doelen die de leerlingen moeten/willen behalen en welke acties daarvoor nodig zijn. Daarmee geef je leerlingen ruimte om mee te denken en zelf aan te geven op welke manier ze aan de slag gaan. Dat kun je opbouwen van beperkte keuzes tot uitgebreidere ‘vrijheid’. Het bord bevat ook een check-in mogelijkheid met smileys en successen. Daarmee geef je leerlingen de mogelijkheid om aan te geven hoe het met ze gaat en welke successen ze hebben behaald. Dit zorgt voor openheid en focus op wat al goed gaat.
Leerlingen in het middelbaar onderwijs en mbo wil je natuurlijk niet elke les een bordsessie voorschotelen. Maar het is wel een mooie manier om bijvoorbeeld een lessenreeks mee te openen. Zo’n bord kun je ook digitaal maken want je hebt natuurlijk meerdere klassen/lokalen. De tussenliggende lessen doe je dan geen volledige bordsessie, maar check je wel even hoe leerlingen erbij zitten, of iedereen nog op weg is om de leerdoelen te behalen en kun je samen bijsturen. En tot slot sluit je de lessenreeks af met een uitgebreidere bordsessie waarbij je de successen viert. Klik hier voor meer informatie.
Als je doel is om leerlingen te activeren, wie kan dan beter aangeven of dat lukt dan de leerling zelf? Het lijkt een open deur, maar we doen het toch nog weinig. Behalve dat het jou als leraar suggesties oplevert om je lessen nog effectiever te maken, voelt de leerling zich erdoor gezien en gehoord. Daar heb je veel meer aan dan algemene jaarlijkse leerlingenquêtes. Zeker als ze merken dat je er echt wat mee doet. En dat kunnen kleine concrete dingen zijn, zoals de manier waarop je groepjes indeelt, welke werkvormen ze wel of niet prettig vinden, hoeveel ruimte ze willen om zelf keuzes te maken in de manier waarop ze met de leerstof aan de gang gaan, et cetera. Wat je er ook mee bereikt, is dat leerlingen zich steeds meer medeverantwoordelijk voelen voor het verloop van de les. En je bent een goed rolmodel: iedereen kan leren, dat is een kracht, geen zwakte.
Maar hoe vraag je feedback op een veilige manier?
Dat kan simpel: hang een flap op de deur, geef leerlingen post-its en vraag na een les of lessenreeks: wat werkte goed, wat werkte een beetje en wat werkte niet? Vraag leerlingen in elke kolom 1 post-it te hangen. Je kunt variëren in de vragen die je via zo’n flap stelt.
Een andere effectieve manier om steeds beter te worden in het activeren van je leerlingen, is door niet in je eentje te proberen het wiel uit te vinden. Als je samen met een collega nadenkt over hoe je jullie leerlingen kunt activeren en je vervolgens bij elkaar gaat kijken hoe dat uitpakt, dan bereik je (op den duur) het volgende:
Bovenstaande wordt pas echt krachtig als je regelmatig met een collega samen lessen ontwerpt en observeert. En als alle collega’s mee gaan doen. Daardoor kun je ook met elkaar werken aan zogenaamde ‘standaards’ of ‘stappenplannen’. Daarin beschrijf je kort en bondig jullie inzichten naar aanleiding van wat jullie hebben uitgeprobeerd. Deze kun je er regelmatig weer even bijpakken en bespreken of het nog steeds werkt en/of er nog aanvullingen nodig zijn. Zo borg je verbeteringen en hou je geleerde lessen levendig. Vanuit deze basis kun je steeds verder bouwen zonder dat je opnieuw begint.
Wil je leerlingen actief betrekken bij de les en zorgen voor meer motivatie, betrokkenheid en effectief leren? Dan helpen afwisselende activerende werkvormen enorm. Met de juiste aanpak laat je leerlingen nadenken, samenwerken, antwoorden formuleren en nieuwe kennis koppelen aan hun voorkennis. Hieronder vind je negen praktische werkvormen die je direct kunt inzetten in de klas.
Bij Denk-Paar-Deel denken leerlingen eerst individueel na over een centrale vraag. Daarna bespreken ze hun antwoord in tweetallen en delen ze inzichten klassikaal met de hele groep. Deze werkvorm staat ook bekend als denken delen uitwisselen en is een effectieve manier om denken te activeren.
Leerlingen werken in kleine groepen aan een opdracht op een groot vel papier. Eerst schrijft ieder groepslid individueel ideeën op, daarna bespreekt de groep overeenkomsten en aanvullingen. Zo leren leerlingen samenwerken en actief bijdragen aan het leerproces.
Aan het einde van de les beantwoorden leerlingen kort één of meerdere gerichte vragen. Zo kun je snel controleren of de leerstof is begrepen en wat extra uitleg nodig heeft in de volgende les. Exit Tickets maken leren inzichtelijk voor docenten en leerlingen.
Met wisbordjes laat je leerlingen tegelijk antwoorden geven op een vraag. Hierdoor doet de hele klas mee en zie je direct wie het juiste antwoord begrijpt. Dit werkt goed om leerdoelen te controleren en iedereen actief te houden.
Een Kahoot Quiz brengt plezier, competitie en motivatie in de les. Door vragen over het onderwerp te beantwoorden, herhalen leerlingen op een speelse manier de lesstof. Ideaal om nieuwe kennis te oefenen of voorkennis te activeren.
Verdeel de klas in twee groepen en laat leerlingen standpunten bespreken. Door argumenten te formuleren en te reageren op klasgenoten ontwikkelen zij vaardigheden zoals kritisch denken, luisteren en overtuigen.
Verdeel een thema in onderdelen en laat groepjes zich verdiepen als ‘expert’. Daarna leggen zij hun onderdeel uit aan andere experts of klasgenoten. Zo krijgen leerlingen verantwoordelijkheid en leren zij van elkaar.
Geef leerlingen één minuut om zoveel mogelijk ideeën op te schrijven over een onderwerp. Daarna bespreek je antwoorden klassikaal. Deze snelle werkvorm is ideaal om voorkennis te activeren of een les energiek te starten.
Vraag leerlingen om ideeën, vragen of reflecties op post-its te schrijven en op een muur of bord te hangen. Dit is een veilige manier om input op te halen, ook van stillere leerlingen. Daarna kun je de reacties samen bespreken.
Kortom, ons advies: doe het niet alleen. Als je op zoek bent naar een verbetering in je onderwijs, in dit geval activerende didactiek, ga dan samen met leerlingen en collega’s aan de slag. En je hoeft niet te wachten tot al je collega’s op deze manier willen samenwerken. Begin met één collega en deel jullie ervaringen met je andere collega’s. Leg uit waarom jullie op deze manier samenwerken en wat het jullie oplevert. Vraag ondersteuning bij je leidinggevende als er tijd gecreëerd moet worden om bij je collega in de klas te kijken.
Wat zijn de drie basisprincipes van activerende werkvormen?
De drie basisprincipes van activerende werkvormen zijn: leerlingen actief betrekken, samenwerken stimuleren en zelfstandig laten nadenken. Goede werkvormen zorgen ervoor dat leerlingen niet alleen luisteren naar uitleg, maar zelf bijdragen aan het leerproces. Denk aan vragen beantwoorden, overleggen in tweetallen of klassikaal antwoorden bespreken. Zo wordt leren effectiever en blijft de lesstof beter hangen.
Wat is een activerende werkvorm?
Een activerende werkvorm is een effectieve manier van lesgeven waarbij leerlingen actief deelnemen aan de les. In plaats van passief luisteren, gaan zij aan de slag met een opdracht, beantwoorden zij gerichte vragen of wisselen zij ideeën uit met klasgenoten. Voorbeelden zijn denken delen uitwisselen, een mini debat of werken met wisbordjes. Deze vorm van activerende didactiek verhoogt de betrokkenheid en motivatie in de klas.
Wat zijn de 5 belangrijkste kenmerken van actief leren?
De vijf belangrijkste kenmerken van actief leren zijn:
Door deze elementen in te zetten, ontstaat meer plezier, betere motivatie en meer inzichtelijk leren.
Wat is de 70/30-regel in het onderwijs?
De 70/30-regel betekent vaak dat leerlingen ongeveer 70% van de lestijd actief bezig zijn en de docent 30% van de tijd instructie geeft. Het doel is om leerlingen meer ruimte te geven om te oefenen, vragen te stellen, samen te werken en kennis toe te passen. Dit past goed binnen modern onderwijs en activerende didactiek, waarbij docenten vooral begeleiden, controleren en ondersteunen in plaats van alleen uitleg geven.
Leerlingen activeren gaat verder dan losse werkvormen inzetten. Echt resultaat ontstaat wanneer je bewust kiest voor actieve didactiek, regelmatig reflecteert en samenwerkt met leerlingen en collega’s.
Begin klein:
Zo bouw je aan onderwijs waarin leerlingen meer verantwoordelijkheid nemen en met meer motivatie leren.
Neem contact met ons op
Door je in te schrijven ga je akkoord met ons privacybeleid en geef je toestemming om updates van Stichting leerkracht te ontvangen.