12 februari 2021 • Leestijd: 15 minuten
Onderzoek naar wat werkt in het onderwijs is er genoeg. Toch geldt ook binnen evidence-informed onderwijs dat wat op de ene school werkt, niet automatisch effectief is op een andere school. Dan maar zonder wetenschappelijk onderzoek verder? Daarmee mis je kansen voor je leerlingen én voor onderwijsverbetering binnen jouw school. In deze blog lees je hoe evidence-informed werken in het onderwijs helpt om onderbouwde keuzes te maken, welke interventie past bij jouw praktijk en hoe je samen met collega’s en andere collega's effectief kunt werken aan verbetering in de klas.
Evidence-informed werken vindt plaats wanneer zowel praktijkkennis als kennis uit onderzoek worden gebruikt om handelen in de praktijk te verbeteren of te verrijken. Om deze kennis goed te benutten, worden de verschillende soorten kennis aangepast aan de praktijkcontext: er wordt gekeken welke onderdelen uit onderzoek of praktijk ingezet kunnen worden. Bron: Wubbels en Van Tartwijk (2017)
Evidence-informed werken helpt scholen en onderwijsprofessionals om bewuster en meer onderbouwd keuzes te maken in het onderwijs. Niet op basis van aannames of losse trends, maar door praktijkervaring te combineren met kennis uit onderzoek. Wetenschappelijke kennis gaat daarbij over wat onderzoek zegt over effectieve methoden en aanpakken. In combinatie met praktijkervaring en kennis van de eigen leerlingen vergroot dat de kans dat interventies ook echt bijdragen aan beter leren.
Evidence-informed werken is juist waardevol in complexe sectoren zoals onderwijs en zorg, waar standaardoplossingen vaak niet effectief zijn. In de zorg combineert een verpleegkundige bijvoorbeeld een wetenschappelijk protocol met eigen ervaring én de specifieke wensen van een patiënt. In het onderwijs werkt dat vergelijkbaar: leraren gebruiken inzichten uit onderzoek, maar stemmen deze af op hun leerlingen, klas en schoolcontext.
Tegelijkertijd betekent evidence-informed werken niet dat je onderzoek één-op-één kopieert naar de klas. Wat in de ene context werkt, hoeft niet automatisch te werken in een andere school of groep. Juist daarom is het belangrijk dat leraren samen onderzoeken wat werkt voor hún leerlingen, in hún praktijk.
Evidence-informed werken helpt daarnaast om blinde vlekken te voorkomen. Onderwijsprofessionals worden uitgedaagd om kritisch te kijken naar eigen aannames, routines en overtuigingen. Daardoor worden keuzes minder afhankelijk van persoonlijke voorkeuren of toevallige successen en meer gebaseerd op wat daadwerkelijk effect heeft.
Teams ontwikkelen zo samen een gedeelde taal over goed onderwijs, kijken systematisch naar leerlingresultaten en bouwen stap voor stap aan duurzame kwaliteitsverbetering. Dat maakt onderwijsontwikkeling minder ad hoc en meer gericht op gezamenlijke groei.
Daarnaast draagt evidence-informed werken bij aan professionele ontwikkeling. Leraren en docenten ontwikkelen een onderzoekende houding, reflecteren vaker op hun handelen, geven elkaar feedback en leren van elkaars lessen. Daardoor ontstaat een lerende cultuur waarin verbeteren normaal wordt in plaats van iets dat alleen tijdens studiedagen gebeurt.
Succesvol evidence-informed werken vraagt meer dan alleen toegang tot onderzoek, onderwijsonderzoek of een goed onderwijsboek. Het vraagt om een schoolcultuur waarin leraren samen leren, onderzoeken en verbeteren. Daarbij zijn een aantal voorwaarden belangrijk:
Juist die combinatie maakt dat evidence-informed werken niet blijft hangen bij losse ideeën, maar daadwerkelijk onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk, schoolcultuur en werkwijze binnen de eigen school.
Veel scholen merken daarbij dat het lastig is om scherp te krijgen waar ze als team al sterk in zijn en waar nog ontwikkelkansen liggen. Instrumenten zoals de teamscan van Stichting Leerkracht kunnen helpen om inzicht te krijgen in thema’s als samenwerking, feedbackcultuur, gezamenlijke verbeterdoelen en de mate waarin teams al cyclisch werken aan onderwijsverbetering. Zo maak je concrete vervolgstappen zichtbaar en voorkom je dat evidence-informed werken afhankelijk blijft van enkele enthousiaste kartrekkers.
Belangrijk is ook dat evidence-informed werken niet wordt gezien als een extra project naast het gewone werk. Op scholen waar dit duurzaam succesvol is, is het onderdeel geworden van de manier waarop teams samenwerken, lessen verbeteren en keuzes maken. Dat vraagt in het begin om bewust investeren in gezamenlijke routines, maar levert uiteindelijk meer focus, eigenaarschap en onderwijskwaliteit op.
Onderzoek is er genoeg. En er is zelfs enige consensus onder experimentele onderzoekers over wat werkt. Als je boeken als Klaskit van Pedro de Bruyckere of Wijze lessen van Paul Kirschner erbij pakt, zie je al snel overeenkomsten: activeer relevante voorkennis, leer je leerlingen effectief leren, combineer beeld en geluid, evalueer en geef feedback, et cetera.
Onderzoek van de Britse Education Endowment (EEF) laat het potentiële effect zien van deze en andere interventies. Zij constateren dat veel niet werkt, maar een aantal dingen wel degelijk. Sterker nog: het toepassen van interventies als feedback, zelfregulatie en het versterken van leesvaardigheid kan leerlingen maanden leerwinst per jaar opleveren.
Tegelijkertijd is het belangrijk om je te verdiepen in waarom en onder welke voorwaarden een aanpak of interventie werkt. Wat op de ene school effectief is, hoeft namelijk niet automatisch hetzelfde effect te hebben op een andere school of in een andere klas. Daarom vraagt evidence-informed werken altijd om een vertaalslag naar de eigen praktijkcontext.
Daarnaast begint succesvol evidence-informed werken niet bij de interventie zelf, maar bij een duidelijke probleemstelling. Door scherp te formuleren welk probleem je wilt oplossen en wat je bij leerlingen wilt verbeteren, kun je doelgerichter werken en tijdens het proces beter toetsen of je daadwerkelijk op de goede weg bent.
Als we dan ruwweg weten wat werkt en dat dit potentieel veel kan betekenen voor leerlingen, hoe pas je dat dan toe? Als leraar in je klas en als schoolleider op school. We beginnen met de leraar.
We gaan ervan uit dat je met je collega’s een bron hebt gevonden die jullie prettig vinden. Dat kan Klaskit zijn, Wijze Lessen, Op de schouders van Reuzen, de EEF-website, Doorloopjes (zie kader) of een artikel dat je bent tegengekomen. Daarin kom je interventies tegen waar je graag mee aan de slag wilt. Echter, toepassen begint niet bij de interventie, maar bij jullie leerlingen. Bij wat zij nodig hebben.
Daarna ga je stap voor stap aan de slag. Dat wil zeggen het doel bedenken, de interventie uitkiezen, deze uitproberen, het effect evalueren en het resultaat borgen. Bij grote voorkeur doe je dat met een paar collega’s. Als je samenwerkt aan beter onderwijs, bereik je immers meer.
Tegen welke situatie in jullie lespraktijk lopen jullie aan waar jullie mee aan de slag willen? Zet die om in een concreet en haalbaar doel. Dan kun je evalueren of het straks gelukt is en succes vieren. Haalbaar maken doe je door het doel klein te maken. Bijvoorbeeld door jezelf beperkte tijd te geven (‘wij willen binnen vier weken het effect kunnen zien op de leerlingen’) en door je op bepaalde leerlingen te concentreren (‘de leerlingen die onderwerp X lastig vinden’). Je maakt het doel concreet door te bedenken wat je verwacht te zien als het doel gehaald is (‘de leerlingen kunnen dan …’).
Jullie hebben nu een doel; welke interventie kan daarbij helpen? Om dat te bepalen moet je eerst weten: ‘waarom lukt het nu nog niet?’. Daarmee vind je de oorzaak. Missen de leerlingen voorkennis? Snappen ze de instructie niet? Hebben ze moeite met het toepassen? Als je deze oorzaak weet, dan kun je een interventie uitkiezen die de oorzaak aanpakt.
Gebruik daarbij een bron die jullie goed kennen: het boek van Pedro de Bruyckere of dat van Paul Kirschner? De toolkit van de EEF? Doorloopjes? Wat jullie maar prettig vinden en wat past bij jouw school. Belangrijk is vooral dat je niet kiest voor een interventie omdat die populair is, maar omdat deze aansluit bij het leerdoel en de behoeften van jullie leerlingen.
Voordat je een interventie in je klas toepast, zijn er twee stappen nodig ter voorbereiding. De eerste stap is om je samen te verdiepen in de interventie, door erover te lezen en je af te vragen: ‘Waar zouden wij tegenaan lopen?’ of ‘Herkennen we het uit onze eigen lespraktijk?’.
De tweede stap is concreet maken hoe je de interventie in jouw klas toepast. Bijvoorbeeld door een vel papier te pakken, op te schrijven wat het gewenste effect is, concreet te maken hoe je de interventie toepast, en op te schrijven welke vragen je de leerlingen wilt stellen om te toetsen of je dat effect hebt behaald.
Door dit samen voor te bereiden, ontstaat meer eigenaarschap én vergroot je de kans dat de interventie consistent wordt toegepast. Bovendien stimuleert deze werkwijze leraren om kennis te delen, kritisch te beoordelen wat werkt en nieuwe handvatten te benutten. Dat maakt het makkelijker om later ook echt iets te zeggen over het effect.
Jullie gaan nu elk de interventie in je eigen klas toepassen. Dan helpt het natuurlijk om daar feedback op te krijgen. Dat kan van je collega met wie je de les hebt voorbereid of van je leerlingen.
Je kunt die collega vragen jouw les te observeren en te kijken naar het effect van de interventie op de leerlingen. Je kunt ook je leerlingen vragen wat het effect op hen was en hoe je het nog beter kunt doen.
Belangrijk is dat je direct na de lessen met je collega uitwisselt wat goed werkte en wat nog beter kan. Gebruik hierbij de lesobservatie, de feedback van je leerlingen en je eigen ervaringen. Op basis hiervan kijk je samen hoe je de interventie nog beter kunt toepassen in jullie lessen. Je herhaalt dit proces van voorbereiden – uitproberen – evalueren totdat jullie na een aantal weken je doel bereikt hebben. Dan is het natuurlijk handig om een kwaliteitskaart te maken en jullie succes met andere collega’s te delen. Dat inspireert!
Een manier om evidence-informed je lessen te verbeteren, is aan de hand van het boek en/of de website Doorloopjes, oorspronkelijk geschreven door Tom Sherrington en Oliver Cavigliolo en vertaald door René Kneyber. Het is een visuele ontwerpgids met vijftig strategieën, verdeeld over zes thema’s (bijvoorbeeld bevragen & feedback). Elke strategie beschrijft een herkenbare uitdaging, denk aan zelfstandig oefenen of controleren op begrip. Vervolgens krijg je vijf stappen aangereikt om de strategie toe te passen.
We hebben ondertussen al twee succesfactoren genoemd om zelf de eerste stappen te zetten: doe het samen met een aantal collega’s en werk volgens een verbetercyclus. Dat is voldoende om zelf te starten, maar onvoldoende als je evidence-informed werken een onderdeel wilt maken van jullie schoolcultuur. Onderzoek door het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) laat zien dat daarvoor nog meer nodig is.
Tijd
Het ligt voor de hand om te stellen dat je als leraar tijd nodig hebt om evidence-informed te werken. De NKO merkt hierbij het volgende op: bij scholen waar evidence-informed werken succesvol is ingevoerd, is die tijd niet (meer) expliciet benoemd. Klaarblijkelijk is deze manier van werken onderdeel geworden van het handelen van de leraren. Scholen die hiermee beginnen moeten leraren wel expliciet hiervoor tijd geven én niet direct verwachten dat het morgen effect heeft. Je moet eerst investeren in ‘leren leren’ en ‘leren samen onderzoeken’ om evidence-informed werken een goede basis te geven.
Lerende cultuur
Het creëren van een lerende cultuur is wat je met evidence-informed werken beoogt, maar tegelijkertijd ook voorwaardelijk is. Het is een beetje het kip-of-het-ei-vraagstuk. Moet je eerst een lerende cultuur hebben, of komt die erdoor evidence-informed te gaan werken? Wat het antwoord ook is, het gaat erom dat je als team het erover eens bent dat zo’n lerende cultuur belangrijk is en dat je vervolgens met elkaar bespreekt wat je voor gedrag wilt zien in zo’n lerende cultuur. Denk aan: hulp vragen, feedback geven, doelen stellen, ontwikkelen, et cetera. Hierin zet je steeds een volgende stap. Dit is een continu proces waar eigenlijk nooit een einde aan komt, maar waarvan je wel op een gegeven moment merkt dat het onderdeel is geworden van het dna van de school.
Leiderschap
Als leidinggevende creëer je de condities waaronder medewerkers zich het gedrag dat hoort bij een lerende cultuur eigen kunnen maken. Denk daarbij aan tijd, middelen, training. Daarnaast is de voorbeeldrol van de leider heel belangrijk. Als de schoolleider een sterke interesse heeft in evidence-informed werken en dit naar het team uitstraalt en voordoet, zullen de leraren zich ook meer voor evidence-informed werken inzetten.
We noemden de noodzaak van een verbetercyclus. In de leerkrachtmethodiek geven we dat vorm door het lerarenteam op te delen in logische groepjes van leraren (zo’n 6 tot 8) die in periodes van ongeveer 6 weken samenwerken aan verbeterdoelen. Daarbij ontwerpen ze lessen, gaan bij elkaar op lesbezoek en vragen leerlingen om feedback. Na zo’n periode evalueren ze en borgen ze de verbeteringen. Daarbij hoort ook het delen van ervaringen met de rest van de collega's, zodat je geen losse verbetereilandjes krijgt, en het schoolbreed bepalen van de verbeterthema’s.
Het fijne van evidence-informed werken is dat je voortbouwt op het werk van innovatieve leraren wereldwijd en bestaande kennis uit wetenschappelijk onderzoek benut. Wetenschappers valideerden dat wat deze leraren bedachten, inderdaad leerwinst oplevert. Maar of het bij jou in de klas werkt? Dat is een vraag die je alleen in je eigen lespraktijk kunt beantwoorden. En dat gaat samen beter.
Het fijne van evidence-informed werken is dat je voortbouwt op het werk van innovatieve leraren wereldwijd en bestaande kennis uit wetenschappelijk onderzoek benut. Wetenschappers valideerden dat wat deze leraren bedachten, inderdaad kan bijdragen aan leerwinst. Maar of een aanpak ook werkt binnen jouw school, klas en context? Dat is een vraag die je alleen in de eigen praktijk kunt beantwoorden. En dat gaat samen beter.
Juist daarom kiezen veel scholen ervoor om evidence-informed werken niet alleen individueel, maar teamgericht aan te pakken. Door samen doelen te formuleren, lessen te evalueren, feedback te geven en volgens een vaste verbetercyclus te werken, ontstaat een duurzame aanpak voor onderwijsverbetering. Stichting Leerkracht ondersteunt scholen hierbij met praktische handvatten, teamsessies en instrumenten zoals de teamscan, waarmee scholen inzicht krijgen in hun lerende cultuur, samenwerking en verbeterkracht.
We gaan ervan uit dat je met je collega’s een bron hebt gevonden die jullie prettig vinden. Dat kan Klaskit zijn, Wijze Lessen, Op de schouders van Reuzen, de EEF website, Doorloopjes (zie kader) of een artikel dat je bent tegengekomen. Daarin kom je interventies tegen waar je graag mee aan de slag wilt. Echter, toepassen begint niet bij de interventie, maar bij jullie leerlingen. Bij wat zij nodig hebben. En daarna ga je stap voor stap aan de slag. Dat wil zeggen het doel bedenken, de interventie uitkiezen, deze uitproberen, het effect evalueren en het resultaat borgen. Bij grote voorkeur doe je dat met een paar collega’s. Als je samen werkt aan beter onderwijs, bereik je immers meer:
Een manier om evidence-informed je lessen te verbeteren, is aan de hand van het boek en/of de website Doorloopjes, oorspronkelijk geschreven door Tom Sherrington en Oliver Cavigliolo en vertaald door René Kneyber. Het is een visuele ontwerpgids met vijftig strategieën, verdeeld over zes thema’s (bijvoorbeeld bevragen & feedback). Elke strategie beschrijft een herkenbare uitdaging, denk aan zelfstandig oefenen of controleren op begrip. Vervolgens krijg je vijf stappen aangereikt om de strategie toe te passen.
We hebben ondertussen al twee succesfactoren genoemd om zelf de eerste stappen te zetten: doe het samen met een aantal collega’s en werk volgens een verbetercyclus. Dat is voldoende om zelf te starten, maar onvoldoende als je evidence-informed werken onderdeel wilt maken van jullie schoolcultuur. Onderzoek door het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) laat zien dat daarvoor nog meer nodig is.
Tijd
Het ligt voor de hand om te stellen dat je als leraar tijd nodig hebt om evidence-informed te werken. De NKO merkt hierbij het volgende op: bij scholen waar evidence-informed werken succesvol is ingevoerd, is die tijd niet (meer) expliciet benoemd. Klaarblijkelijk is deze manier van werken onderdeel geworden van het handelen van de leraren. Scholen die hiermee beginnen moeten leraren wel expliciet hiervoor tijd geven én niet direct verwachten dat het morgen effect heeft. Je moet eerst investeren in ‘leren leren’ en ‘leren samen onderzoeken’ om evidence-informed werken een goede basis te geven.
Lerende cultuur
Het creëren van een lerende cultuur is wat je met evidence-informed werken beoogt maar tegelijkertijd ook voorwaardelijk is. Het is een beetje het kip-of-het ei vraagstuk. Moet je eerst een lerende cultuur hebben, of komt die er door evidence-informed te gaan werken? Wat het antwoord ook is, het gaat erom dat je als team het erover eens bent dat zo’n lerende cultuur belangrijk is en dat je vervolgens met elkaar bespreekt wat je voor gedrag wilt zien in zo’n lerende cultuur. Denk aan: hulp vragen, feedback geven, doelen stellen, ontwikkelen, et cetera. Hierin zet je steeds een volgende stap. Dit is een continu proces waar eigenlijk nooit een einde aan komt, maar waarvan je wel op een gegeven moment merkt dat het onderdeel is geworden van het dna van de school.
Leiderschap
Als leidinggevende creëer je de condities waaronder medewerkers zich het gedrag dat hoort bij een lerende cultuur eigen kunnen maken. Denk daarbij aan tijd, middelen, training. Daarnaast is de voorbeeldrol van de leider heel belangrijk. Als de schoolleider een sterke interesse heeft in evidence-informed werken en dit naar het team uitstraalt en voordoet, zullen de leraren zich ook meer voor evidence-informed werken inzetten.
We noemden de noodzaak van een verbetercyclus. In de leerkracht-methodiek geven we dat vorm door het lerarenteam op te delen in logische groepjes van leraren (zo’n 6 tot 8) die in periodes van ongeveer 6 weken samenwerken aan verbeterdoelen. Daarbij ontwerpen ze lessen, gaan bij elkaar op lesbezoek en vragen leerlingen om feedback. Na zo’n periode evalueren ze en borgen de verbeteringen. Daarbij hoort ook het delen van ervaringen met de rest van de collega’s zodat je geen losse verbetereilandjes krijgt en het schoolbreed bepalen van de verbeterthema’s.
Het fijne van evidence-informed werken is dat je voortbouwt op het werk van innovatieve leraren wereldwijd. Wetenschappers valideerden dat wat deze leraren bedachten, inderdaad leerwinst oplevert. Maar of het bij jou in de klas werkt? Dat is een vraag die je alleen in je eigen lespraktijk kunt beantwoorden. En dat gaat samen beter!
Doorloopjes.nl geeft in 300 doorloopjes met korte video’s een handvat voor leraren.
Door je in te schrijven ga je akkoord met ons privacybeleid en geef je toestemming om updates van Stichting leerkracht te ontvangen.
Onderzoek naar wat werkt in het onderwijs is er genoeg. Toch geldt ook binnen evidence-informed onderwijs dat wat op de ene school werkt, niet automatisch effectief is op een andere school. Dan maar zonder wetenschappelijk onderzoek verder? Daarmee mis je kansen voor je leerlingen én voor onderwijsverbetering binnen jouw school. In deze blog lees je hoe evidence-informed werken in het onderwijs helpt om onderbouwde keuzes te maken, welke interventie past bij jouw praktijk en hoe je samen met collega’s en andere collega's effectief kunt werken aan verbetering in de klas.