Bewust werken aan doelen

De Dubbeldekker in Hilversum

Auteur: Brigitte Bloem | Leestijd: 8 minuten | Datum: 20 januari 2020

OBS De Dubbeldekker staat middenin het Gooi. Op de Hilversumse school spreekt geen enkel kind thuis Nederlands als eerste taal. Leerlingen komen als kleuter binnen met een gemiddelde taalachterstand van zo’n anderhalf jaar. De school doet er alles aan om dit gat zo snel mogelijk te overbruggen. De belangrijkste focus ligt dan ook op taal. Het team van De Dubbeldekker onderzoekt voortdurend hoe de leerlingresultaten kunnen verbeteren. De leerKRACHT-methodiek helpt daar enorm bij, stellen de leraren. Sinds de start van het invoeringstraject vijf jaar geleden werkt het team nu drie jaar met leerKRACHT. Ondanks het vertrek in de afgelopen jaren van de leerKRACHT-schoolcoach, de schoolleider en twee leraren staat de verbetercultuur op De Dubbeldekker als een huis. Op drie niveaus wordt er vanuit doelen geprofessionaliseerd: op teamniveau, lesniveau en leerlingniveau.

TIP 1

Zorg voor aanjagers in je team. Verlaten ze de school, zorg tijdig voor nieuwe aanjagers.

leerKRACHT op teamniveau

Het team van de Dubbeldekker telt tien personen. Lidy Peters is één van hen. Ze is Intern Begeleider. Lidy vindt leerKRACHT erg prettig, “omdat het eindelijk weer over onderwijs gaat”, begint ze het gesprek. “Toen er met leerKRACHT gestart is, heeft het team een lijst van verbeterpunten opgesteld. Deze moesten realistisch en uitvoerbaar zijn. Omdat je niet aan alles tegelijk kunt werken en we onze doelen willen bereiken, kiezen we jaarlijks drie verbeterpunten om aan te pakken. Een van de verbeterpunten waar we dit schooljaar mee bezig zijn, is de mondelinge taalvaardigheid van onze leerlingen. Het bord is een fijne werkwijze om snel helder te krijgen aan welke doelen we willen werken en welke acties daarvoor nodig zijn”, licht Lidy toe.

TIP 2

Maak je doelen behapbaar. Niet teveel in één keer willen.

Vanwege parttimers heeft De Dubbeldekker wekelijks twee bordsessies, op de maandag en de donderdag. Ieder teamlid is één keer in de week aanwezig bij een sessie. “We hebben een slimme oplossing voor de overdracht en interne communicatie”, legt Lidy uit. “Degene die de bordsessie van maandag leidt, maakt aan het eind van de sessie een foto van het bord en stuurt dat via Parro in Parnassys rond naar de club van donderdag. En donderdag wordt datzelfde gedaan voor de maandaggroep. Het bord hangt in de teamkamer, maar zo kan iedereen meteen zien wat er veranderd is en zo nodig wordt er in het bericht wat uitleg bij geschreven.”

TIP 3

Regel de overdracht van bordsessies tussen parttime-teamleden.

Efficiënt en gestructureerd

Jacqueline van den Bor is sinds het begin van schooljaar 2019/2020 directeur van de school. Ze kende leerKRACHT niet, ondanks dat ze al haar hele werkende leven in het onderwijs zit. “Het werkt op De Dubbeldekker echt als een tierelier”, vindt Jacqueline. “Vanaf dag één dat ik hier directeur ben heb ik me verbaasd over hoe efficiënt en gestructureerd zo’n bordsessie gaat. Ik denk dat de kracht vooral zit in het feit dat de teamleden zelf onderling bepalen waar ze aan werken. Het team bepaalt de doelen, daardoor is er een breed draagvlak. Ze betrekken elkaar erbij, niemand wordt uitgesloten, iedereen wordt expliciet bevraagd.” Ook het benoemen en vieren van de succeservaringen werkt goed, merkt Jacqueline.
Omdat de bordsessie zo duidelijk gericht is op de werkvloer, heeft ze als schoolleider soms wel de behoefte om nog even ergens over door te praten. “Hoe gaan de zaken verder, zijn er dingen van organisatorische aard die we nog moeten oplossen?”, geeft ze als voorbeeld. “Dat probeer ik dan op andere momenten in te brengen.”

TIP 4

Laat de teamleden zelf bepalen aan welke doelen ze werken.

Vakoverleg

Om dieper op zaken in te kunnen gaan organiseert het team van De Dubbeldekker periodiek een vakoverleg. Lidy: “Een aantal keer per jaar komen we bij elkaar en behandelen we een bepaald onderwerp. Anders dan studiedagen, die we natuurlijk ook hebben, vindt een vakoverleg plaats na een bordsessie. Degene die een onderwerp inbrengt, bereidt het overleg voor. Tijdens zo’n vakoverleg hebben we bijvoorbeeld besproken hoe we omgaan met de doelen voor individuele leerlingen. Hoe functioneel is ons huidige groepsplan? Zo’n plan is niet verplicht, dus hoe verhoudt het zich tot de behoefte van leraren? Je moet je leerlingen volgen, hoe je dat doet mag je van de inspectie zelf bepalen. We bedachten een variant op het traditionele groepsplan, waarin we alleen de leerlingen zetten die wat extra’s nodig hebben. Daarnaast waren er leraren die graag met individuele doelenkaarten aan de slag wilden. Uiteindelijk  hebben we alle leraren laten doen waar ze behoefte aan hadden. Het kan best zijn dat we uiteindelijk bij één systeem uitkomen, maar voorlopig hebben de leraren de vrijheid een keuze voor hun eigen groep te maken.”


leerKRACHT op les- en leerlingniveau

“We doen bij de Dubbeldekker niets zonder doel”, zegt Marijke van Egten stellig. “Ik werk in groep 8 constant met les- en leerdoelen. Ik haal eerst op wat mijn leerlingen al weten. Vervolgens formuleren we gezamenlijk het doel van de les. Dan gaan we aan de slag. Na een tijdje vraag ik wie het doel nog weet. Dat herhaal ik een paar keer, totdat alle leerlingen het doel helder kunnen verwoorden. Dit doe ik bij elk vak, omdat ik het heel belangrijk vind dat mijn leerlingen beseffen wat ze leren en waarom ze dat leren.”

Ook de collega’s van Marijke werken in de midden- en bovenbouw met Expliciete Directe Instructie. Aan de hand van het lesdoel worden aan het begin van een les ook de stappen geformuleerd hoe dat lesdoel te bereiken is. Vervolgens wordt er bij elke leerling ingezoomd op individuele doelen. Daarnaast gebruiken leraren het doelenbord in de klas voor een groepsdoel. Dat wordt samen met de leerlingen bepaald en daar kan een langere periode aan worden gewerkt


Schouderklopje

“Ook bij de kleuters wordt met het bord in de klas gewerkt, vertelt Nanette Heutinck. Ze heeft groep 1/2 onder haar hoede. “De ontwikkeling van kleuters is heel grillig. Elk kind zit op zijn eigen niveau”, weet Nanette. “Ik sta er niet achter als ik op het doelenbord zet: ‘Wij leren de letter R’. Ik grijp de doelen aan die leven in de groep. Alleen dan pak ik het doelenbord erbij. Op een dag vroegen de leerlingen me bijvoorbeeld of ik ze kon leren hoe ze een vliegtuig na konden doen. Dat zet ik dan op het bord. We bespreken de bijbehorende stapjes en zetten die ook op het bord. Hoe vaak moeten we oefenen? Hoe belonen we onszelf als het gelukt is? Zo jong als ze zijn, kunnen deze leerlingen dat. Zo ervaren ze dat als je graag iets wil leren, je daar een plannetje voor maakt. En als het gelukt is, mag je jezelf een schouderklopje geven”, lacht Nanette.


Dagelijkse gang van zaken

Marrit Koopman is leraar van groep 7. “Het grootste goed vind ik dat we door leerKRACHT bewust aan doelen zijn gaan werken”, zegt ze. Over de bordsessies met het team is ze heel tevreden. “We stellen gezamenlijk goede en haalbare doelen op. Het bord geeft ons focus en er komen goede afspraken uit.”

TIP 5

Zorg dat het bord het team focus geeft en maak goede afspraken wie wat doet om de doelen te behalen.

Ook andere leerKRACHT-tools gebruikt ze veelvuldig. “In mijn klas doe ik iedere dag de ‘check in en check uit’. Als ik het vergeet, herinneren de leerlingen mij eraan. Zo’n vast element van onze dagelijkse gang van zaken is het geworden. Blijkbaar vinden de leerlingen het belangrijk en ik merk dat ze vooral de behoefte hebben om het waarom van hoe ze zich voelen toe te lichten. Daar zijn altijd meer dan genoeg gegadigden voor.”


Werkdruk

Bij elkaar meekijken in de klas is op De Dubbeldekker gesneuveld door de werkdruk. Marrit: “We zijn een klein team en zoiets is moeilijk te organiseren. In het begin deden we het wel. Daardoor zijn we wel gewend geraakt aan collega’s in de klas. Dat vinden we niet eng of lastig en dat is winst. Als ik collega’s van andere scholen spreek, hoor ik maar al te vaak dat de deuren van de klaslokalen daar nog potdicht zitten. Als je dan een keer een observatie krijgt, is dat vooraf peentjes zweten.”
Nanette is pas drie jaar werkzaam in het onderwijs. “Ik voel zeker nog de behoefte om bij collega’s te kijken hoe ze het doen”, vertelt ze. “We hebben maar één groep 1/2, maar ik heb wel gekeken bij de collega’s van groep 3, zodat ik weet waar ik naartoe moet werken.” Mede daardoor en door de bordsessies werkt LeerKRACHT voor Nanette heel verbindend. “Ik ben onderdeel van het team. Bij alle doelen maken we ook de vertaling naar wat dat dan voor mijn kleutergroep betekent. Er is daardoor echt oog voor een doorlopende leerlijn.”

TIP 6

Maak bij alle doelen de vertaling naar onder-, midden- en bovenbouw, zodat je aan een doorlopende leerlijn werkt.

Gezamenlijke lesvoorbereiding doet Nanette niet met naaste collega’s, maar met collega’s die ook voor kleutergroepen staan van andere scholen binnen de koepel waar De Dubbeldekker toe behoort. Heel waardevol vindt ze dat. “Het zijn voor mij de momenten waarop het samen leren vorm krijgt.”

TIP 7

Samen leren kun je ook doen met collega’s van andere scholen binnen je koepel. Dat is met name handig als je eigen team relatief klein is.

Beste voor onze leerlingen

“leerKRACHT sluit voor mijn gevoel heel mooi aan bij mijn manier van lesgeven”, is de ervaring van Marijke. “Het laat je stilstaan bij waar je mee bezig bent en waarom. LeerKRACHT maakt ook dat ons team expertise deelt. Met één ding van Stichting leerKRACHT ben ik minder blij. Dat is de slogan ‘Elke dag een beetje beter’. Dan denk ik meteen: ‘Doen we het dan nog steeds niet goed?’. Dat horen we te vaak in het onderwijs en dat vind ik onterecht en demotiverend. Maar op de slogan na ben ik blij met leerKRACHT. Het houdt ons kritisch op ons onderwijs en op onszelf. We willen immers het beste voor onze leerlingen.”


Deel dit artikel
close


Nieuws en tips rechtstreeks in je inbox?

Meld je aan voor onze Nieuwsbrief